Wet douanefinancieringsrechtvaardigheid besproken in de Bundestag

Arbeitsrecht-Anwalt-Rechtsanwalt-Kanzlei-MTR Legal Rechtsanwälte
Steuerrecht-Anwalt-Rechtsanwalt-Kanzlei-MTR Legal Rechtsanwälte
Home-Anwalt-Rechtsanwalt-Kanzlei-MTR Legal Rechtsanwälte
Arbeitsrecht-Anwalt-Rechtsanwalt-Kanzlei-MTR Legal Rechtsanwälte

Bundestag beraadslaagt over versterking van de douaneadministratie en bestrijding van financiële criminaliteit

De Deutsche Bundestag (Duitse Bondsdag, Duits federaal parlement) heeft in eerste lezing het door de Bundesregierung (Duitse federale regering) ingediende ontwerp van een wet voor meer rechtvaardigheid door versterking van de douaneadministratie en bestrijding van financiële criminaliteit behandeld. Het ontwerp draagt de Bundestagsdrucksache 21/8282 (parlementair drukstuk van de Bundestag) van 30 september 2026 en was eerder als Bundesratsdrucksache 446/26 (parlementair drukstuk van de Bundesrat) van 14 augustus 2026 aan de Bundesrat (Duitse Bondsraad, vertegenwoordiging van de deelstaten) toegezonden. Volgens het ontwerp is voor de wet instemming vereist.

Het initiatief wordt gevoerd onder de korte titel Zollfinanzgerechtigkeitsgesetz (Wet inzake douane- en financiële rechtvaardigheid) en zal volgens de beschikbare gegevens op 1 januari 2027 in werking treden. Het Bundeskabinett (Duitse federale kabinet) had het ontwerp op 12 augustus 2026 vastgesteld. Reeds op 3 maart 2026 was een ambtelijk ontwerp van het Bundesministerium der Finanzen (Duits federaal ministerie van Financiën) voorgelegd; dit houdt verband met het op 25 februari 2026 in het kabinet aangenomen actieplan tegen georganiseerde criminaliteit.

Voorwerp van de parlementaire beraadslaging was daarnaast een motie van de fractie Die Linke met de titel „Douanehervorming uitbreiden – georganiseerde fiscale criminaliteit doeltreffend vervolgen en verbeurdverklaard vermogen teruggeven aan de samenleving“. Deze motie is gedocumenteerd als Bundestagsdrucksache 21/8391.

Doelstelling en reikwijdte van het wetgevingsinitiatief

Hervorming van de douaneadministratie als zwaartepunt

De Bundesregierung motiveert het wetsontwerp met de doelstelling Duitsland als economische en financiële vestigingsplaats te versterken en tegelijkertijd de democratische rechtsstaat in zijn voortbestaan te beschermen. Centraal staat een omvangrijke herstructurering van de douaneadministratie.

Volgens de beschikbare informatie zijn ongeveer 49.000 medewerkers van de douaneadministratie door de hervorming geraakt. De tot dusver 41 Hauptzollämter (hoofddouanekantoren) en acht Zollfahndungsämter (douanerecherchekantoren), derhalve 49 lokale autoriteiten, moeten worden samengevoegd tot 41 Zolldirektionen (douanedirecties). De herbenaming van de Hauptzollämter in Zolldirektionen is voorzien per 1 januari 2027; de nieuwe benaming zou echter pas later verplicht worden, onder meer om aanpassingen van formulieren en bebording mogelijk te maken.

Ook binnen de Generalzolldirektion (Duitse centrale douanedirectie) zijn structurele wijzigingen voorzien. De tot dusver zes vakdirecties moeten worden vervangen door twee vaklijnen:

  • „Douanerechten en belastingen“
  • „Veiligheid en handhaving“

De Finanzkontrolle Schwarzarbeit (Duitse dienst voor controle op illegale arbeid) zal volgens het ontwerp in haar huidige structuur blijven bestaan. Daarnaast is voorzien dat het Zollkriminalamt (Duitse douanecriminaliteitsdienst) en de Zentralstelle für Sanktionsdurchsetzung (centrale instantie voor sanctiehandhaving) in de Generalzolldirektion worden ondergebracht.

Wijzigingen van talrijke regelgevingskaders

Het wetgevingsinitiatief voorziet in wijzigingen van 17 wetten en één verordening. Uitdrukkelijk wordt bovendien vermeld dat door het initiatief grondrechten moeten worden beperkt, namelijk de vrijheid van de persoon, de vrijheid van verplaatsing, het telecommunicatiegeheim en de onschendbaarheid van de woning.

De geplande regelingen betreffen daarmee niet alleen organisatorische kwesties van de douaneadministratie, maar ook bevoegdheden tot ingrijpen en procedurele regelingen. Voor de Finanzgerichte (Duitse fiscale rechtbanken) wordt in het ontwerp gewezen op extra kosten als gevolg van een grotere personeelsbehoefte, die zou voortvloeien uit de nieuwe procedure volgens §§ 54 ff. des Zollkriminalitätsbekämpfungsgesetzes (Duitse wet ter bestrijding van douanecriminaliteit).

Nieuwe bevoegdheden bij data-analyse en vermogensontneming

Inzet van kunstmatige intelligentie voor data-analyse

Tot de centrale onderdelen van het wetsontwerp behoren nieuwe bevoegdheden op het gebied van data-analyse. Volgens de gegevens van de Bundesregierung zou daartoe ook de inzet van kunstmatige intelligentie behoren.

De Bundesbeauftragte für den Datenschutz en de Informationsfreiheit (Duitse federale commissaris voor gegevensbescherming en vrijheid van informatie) beoordeelt het ontwerp volgens de beschikbare gegevens „met grote zorg“. Achtergrond is met name dat de Generalzolldirektion en de toekomstige 41 Zolldirektionen bestaande gegevens biometrisch zouden mogen vergelijken met openbaar toegankelijke informatie op internet.

Deze gegevensbeschermingsrechtelijk relevante bevoegdheden staan in de parlementaire procedure ter beraadslaging. Een definitieve juridische beoordeling hangt af van het verdere verloop van de wetgevingsprocedure en van de uiteindelijke tekst van de regelingen.

Bestuurlijke vermogensontneming

Een ander kernpunt is de voorziene bestuurlijke vermogensontneming onder de drempel van een strafrechtelijke veroordeling. De maatregel moet volgens het wetsontwerp verband houden met de bestrijding van financiële criminaliteit.

De vakpers heeft hierover opgemerkt dat met name de ontneming van verdacht vermogen volgens het geplande Zollkriminalitätsbekämpfungsgesetz (Duitse wet ter bestrijding van douanecriminaliteit) rechtsstatelijke beginselen zou kunnen raken. Voor zover de discussie betrekking heeft op verdenkingssituaties en niet op onherroepelijk vastgestelde strafbare feiten, moet het vermoeden van onschuld in acht worden genomen. De parlementaire beraadslaging is in zoverre nog niet afgerond.

Beraadslaging in de Bundestag en verwijzing naar commissies

Eerste lezing in de 100e vergadering

De eerste lezing van het wetsontwerp vond plaats in de 100e vergadering van de Deutsche Bundestag op vrijdag 9 oktober 2026. Namens de Bundesregierung sprak de Parlamentarische Staatssekretär bij het Bundesministerium der Finanzen, Michael Schrodi.

Voor het debat in de plenaire vergadering waren 30 minuten voorzien. Aansluitend werden de stukken voor verdere beraadslaging naar de commissies verwezen.

Motie van de fractie Die Linke

De motie van de fractie Die Linke op Bundestagsdrucksache 21/8391 is afkomstig van de afgevaardigden Isabelle Vandre, Janine Wissler en Doris Achelwilm. Zij werd primair verwezen naar de Finanzausschuss (Financiëncommissie). Mede-adviserend betrokken zijn de Innenausschuss (Binnenlandse Zakencommissie) en daarnaast de Ausschuss für Recht und Verbraucherschutz (Commissie voor Recht en Consumentenbescherming).

De motie betreft volgens haar titel een uitbreiding van de douanehervorming, de doeltreffende vervolging van georganiseerde fiscale criminaliteit en de teruggeleiding van verbeurdverklaard vermogen naar de samenleving. Een definitieve beslissing van de Bundestag is volgens de hier gehanteerde stand van de procedure niet gedocumenteerd.

Openbare hoorzitting in de Finanzausschuss

De Finanzausschuss van de Bundestag heeft voor maandag 2 november 2026, van 14.00 uur tot 15.30 uur, een openbare hoorzitting in het Paul-Löbe-Haus, zaal E 400, voorzien. Onderwerp van de hoorzitting is het wetsontwerp van de Bundesregierung.

Daarnaast moet ook een motie van de fractie Bündnis 90/Die Grünen ter bestrijding van witwassen en georganiseerde belastingontduiking worden meebesproken. Als indieners worden onder anderen de afgevaardigden Max Lucks, Katharina Beck en Marcel Emmerich genoemd.

De hoorzitting dient de verdere parlementaire behandeling. Wijzigingen van het ontwerp zijn in de loop van de wetgevingsprocedure mogelijk.

Standpunten en kritiekpunten in de wetgevingsprocedure

Eisen vanuit de Bundesrat

In de commissieaanbevelingen van de Bundesrat bij Bundesratsdrucksache 446/1/26 wordt onder meer een daadwerkelijke omkering van de bewijslast verlangd voor gevallen waarin de herkomst van vermogen niet kan worden opgehelderd volgens § 62 Abs. 1 ZollKrimBG-E (ontwerp van de Duitse wet ter bestrijding van douanecriminaliteit). Bovendien wordt bekritiseerd dat het regeringsontwerp niet voorziet in een informatieplicht van de Zolldirektionen jegens de strafvervolgingsautoriteiten.

Deze punten betreffen de vormgeving van de geplande vermogensontneming en de samenwerking tussen douaneadministratie en strafvervolgingsautoriteiten. Of en in welke omvang de wetgever deze eisen overneemt, maakt deel uit van de verdere parlementaire procedure.

Belangenbehartiging en evenredigheid

Het initiatief werd in het lobbyregister van de Bundestag als regelgevingsinitiatief geregistreerd. Onder meer meldde de Verband Internationaler Banken in Deutschland (Vereniging van Internationale Banken in Duitsland) op 30 maart 2026 belangenbehartiging aan en wees zij op volgens haar noodzakelijke verduidelijkingen en evenredigheidstoetsen.

De genoemde standpunten laten zien dat de geplande regelingen niet alleen de administratie zelf betreffen, maar ook gevolgen kunnen hebben voor ondernemingen, financiëlemarktdeelnemers en vermogensgerelateerde situaties. Doorslaggevend blijft echter de definitieve wettekst.

Betekenis voor ondernemingen, investeerders en vermogende particulieren

De geplande hervorming van de douaneadministratie en de bestrijding van financiële criminaliteit raken centrale gebieden van het fiscale recht en het economisch recht. Dit geldt met name waar bestuurlijke data-analyses, douaneprocedures, fiscale feitencomplexen, vermogensontneming of grensoverschrijdende structuren betrokken kunnen zijn.

Voor ondernemingen, investeerders en vermogende particulieren is het verdere verloop van de wetgevingsprocedure daarom van aanzienlijk belang. Tegelijk moet in aanmerking worden genomen dat het ontwerp zich nog in de parlementaire procedure bevindt en dat een definitieve beoordeling pas kan plaatsvinden op basis van de uiteindelijke wettelijke regelingen.

MTR Legal Rechtsanwälte begeleidt cliënten bij fiscaalrechtelijke en economischrechtelijke vraagstukken met een internationale dimensie. Wie de mogelijke gevolgen van het Zollfinanzgerechtigkeitsgesetz voor fiscale structuren, vermogensbestanddelen of ondernemingsprocessen wil laten duiden, vindt meer informatie onder juridisch advies in het belastingrecht.