Nieuw productaansprakelijkheidsrecht treedt op 9 december 2026 in werking
De Bundestag (Duitse Bondsdag) heeft op 8 oktober 2026 in tweede en derde lezing het “Gesetz zur Modernisierung des Produkthaftungsrechts und zur Änderung weiterer Vorschriften” (wet tot modernisering van het productaansprakelijkheidsrecht en tot wijziging van verdere voorschriften) aangenomen. Aangenomen werd de versie op basis van de aanbeveling tot besluit en het verslag van de Ausschuss für Recht und Verbraucherschutz (Commissie voor Recht en Consumentenbescherming) van 7 oktober 2026. Het wetsontwerp werd aangenomen met de stemmen van CDU/CSU, SPD en Bündnis 90/Die Grünen, bij één tegenstem.
De Bundesrat (Duitse Bondsraad) heeft de wet op 16 oktober 2026 in de tweede ronde definitief behandeld en de Vermittlungsausschuss (bemiddelingscommissie) niet ingeschakeld. Aangezien het geen wet betreft waarvoor instemming vereist is, is de wetgevingsprocedure daarmee parlementair afgerond. De nieuwe regels worden van kracht op 9 december 2026. Daarmee is tegelijk het einde van de implementatietermijn van Richtlijn (EU) 2024/2853 bepalend.
Achtergrond van de hervorming van het productaansprakelijkheidsrecht
Met de nieuwe regeling wordt het Duitse productaansprakelijkheidsrecht voor het eerst sinds 1989 grondig herzien. De basis vormt Richtlijn (EU) 2024/2853 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024 betreffende aansprakelijkheid voor gebrekkige producten en tot intrekking van Richtlijn 85/374/EEG van de Raad.
Het ontwerp was op 17 december 2025 door het Bundeskabinett (Duitse federale kabinet) vastgesteld. Het Bundesministerium der Justiz und für Verbraucherschutz (Duitse Federale Ministerie van Justitie en Consumentenbescherming) was hiervoor verantwoordelijk. Na het standpunt van de Bundesrat in de eerste ronde op 30 januari 2026 werd het ontwerp op 4 maart 2026 voor het eerst in de Bundestag behandeld en vervolgens verwezen naar de Ausschuss für Recht und Verbraucherschutz.
Hoorzitting en parlementaire behandeling
Op 13 april 2026 hield de Rechtsausschuss (juridische commissie) een openbare hoorzitting. Daar werd de beoogde één-op-één-implementatie van de Europese voorschriften deels als te vergaand en deels als niet ambitieus genoeg beoordeeld. Als deskundigen namen onder meer een rechtswetenschapper en andere vertegenwoordigers uit wetenschap, praktijk en belangenorganisaties deel.
De kritiek had met name betrekking op de voorgenomen regels inzake de openbaarmaking van bewijsmiddelen. De DIHK had in dit verband bekritiseerd dat deze voorschriften op gespannen voet zouden kunnen staan met fundamentele beginselen van het Duitse burgerlijk procesrecht. De Rechtsausschuss bracht in het verdere verloop van de procedure met name aanpassingen aan bij de openbaarmaking van bewijsmiddelen in productaansprakelijkheidsprocedures.
Nieuwe basiswet vervangt de huidige Produkthaftungsgesetz
De huidige Produkthaftungsgesetz (Duitse wet productaansprakelijkheid) wordt vervangen door een nieuwe basiswet. Daarnaast bevat de wet ook een wijziging van de Arzneimittelgesetz (Duitse geneesmiddelenwet).
Centrale doelstellingen van de hervorming zijn de aanpassing aan digitale producten en bedrijfsmodellen, het in aanmerking nemen van mondiale leverings- en waardeketens en de kwalificatie van productwijzigingen in verband met circulaire economie en hergebruik.
Uitgebreider productbegrip en opname van software
Software als product binnen het aansprakelijkheidsregime
In de toekomst valt software onder de regeling, ongeacht de vorm waarin zij wordt aangeboden of gebruikt. Daarmee kan het productaansprakelijkheidsrecht ook relevant worden voor fabrikanten van systemen voor kunstmatige intelligentie.
Open-sourcesoftware blijft uitgezonderd, voor zover deze buiten een bedrijfsactiviteit wordt ontwikkeld of beschikbaar gesteld. Deze beperking is van aanzienlijk belang voor de reikwijdte van de nieuwe aansprakelijkheid, aangezien niet elke vorm van softwareverstrekking in gelijke mate in het nieuwe aansprakelijkheidsstelsel wordt opgenomen.
Digitale ontwerpdocumentatie
Het productbegrip omvat in de toekomst ook digitale ontwerpdocumentatie. Daarmee wordt het productaansprakelijkheidsrecht niet langer uitsluitend gericht op fysieke voorwerpen en klassieke productvormen, maar houdt het ook rekening met digitale voorstadia en digitale componenten van moderne productieprocessen.
Aansprakelijkheid bij wezenlijke productwijzigingen
Een ander zwaartepunt betreft producten die na het in de handel brengen wezenlijk worden gewijzigd. Hieronder kunnen met name situaties vallen waarin een product door latere herinrichting een gewijzigd risicoprofiel krijgt.
Als voorbeeld kan worden gedacht aan een product dat door “upcycling” aanzienlijk is heringericht. Indien een product daardoor aansprakelijkheidsrechtelijk als een nieuw product wordt beschouwd, acht de wetgever het in beginsel passend om ook degene die het wezenlijk gewijzigde product in de handel brengt als fabrikant in de aansprakelijkheid te betrekken.
Deze regeling knoopt niet aan bij elke willekeurige wijziging, maar bij een wezenlijke wijziging met aansprakelijkheidsrechtelijke relevantie. De afbakening kan voor ondernemingen in individuele gevallen van aanzienlijk belang zijn.
Uitgebreidere kring van mogelijke aangesproken partijen
Omdat producten op de Uniemarkt steeds vaker afkomstig zijn van fabrikanten die buiten de Europese Unie zijn gevestigd, kunnen benadeelde personen bij het geldend maken van hun vorderingen met praktische moeilijkheden worden geconfronteerd. De nieuwe regeling breidt daarom onder bepaalde voorwaarden de kring uit van degenen die naast de fabrikant kunnen worden aangesproken.
In de toekomst kunnen met name hieronder vallen:
-
importeurs,
-
gemachtigden van de fabrikant,
-
fulfilmentdienstverleners,
-
leveranciers,
-
bepaalde aanbieders van onlineplatforms.
Daarmee reageert de wetgever op mondiale distributiestructuren en op bedrijfsmodellen waarbij de directe fabrikant voor benadeelden moeilijk bereikbaar kan zijn. De aansprakelijkheid van deze verdere actoren bestaat echter niet zonder voorwaarden, maar alleen onder de wettelijk voorziene omstandigheden.
Wijzigingen bij vergoedbare schade en aansprakelijkheidsgrenzen
De hervorming wijzigt ook de reikwijdte van vergoedbare schade. Het tot dusver geldende eigen risico van 500 euro bij zaakschade vervalt. Ook de bestaande maximale aansprakelijkheidsgrens van 85 miljoen euro bij personenschade vervalt.
Nieuw vergoedbaar is bovendien schade aan gegevens die niet beroepsmatig worden gebruikt. Daarnaast worden psychische gezondheidsschades met ziektewaarde opgenomen. Daarmee wordt het schadebegrip aangepast aan digitale gebruiksvormen en aan erkende gezondheidsaantastingen.
De vorderingen verjaren in beginsel nog steeds na drie jaar vanaf kennisneming. Zij vervallen in beginsel tien jaar na het in de handel brengen. Bij vertraagd optredende lichamelijke schade of gezondheidsschade, dus bij latentietijden, wordt de termijn verlengd tot 25 jaar.
Openbaarmaking van bewijsmiddelen en bewijslast
Vergemakkelijking van het geldend maken van aanspraken
De nieuwe regeling bevat voorschriften inzake de openbaarmaking van bewijsmiddelen en de bewijslast. Daarmee moet het voor eisers eenvoudiger worden om schadevergoedingsvorderingen geldend te maken.
Achtergrond is de toenemende technische complexiteit van moderne producten. Voor benadeelden kan het moeilijk zijn om een productgebrek, de schadeoorzaak of interne informatie over productontwikkeling en productveiligheid te stellen. De nieuwe regels moeten deze ongelijkheid gedeeltelijk tegengaan.
Aanpassingen in de Rechtsausschuss
De Ausschuss für Recht und Verbraucherschutz heeft in de wetgevingsprocedure met name bij de regels inzake de openbaarmaking van bewijsmiddelen wijzigingen aangebracht. Deze aanpassingen vonden plaats tegen de achtergrond van de in de procedure geuite bedenkingen en de vereisten van de richtlijn.
De openbaarmakingsvoorschriften blijven niettemin een centraal onderdeel van de hervorming. Zij kunnen in productaansprakelijkheidsprocedures een aanzienlijke rol spelen wanneer relevante informatie doorgaans bij de fabrikant of een andere betrokken marktdeelnemer berust.
Aanvullende resolutie van de Bundestag
Naast de wet werd een resolutie aangenomen. In de resolutie wordt de Bundesregierung (Duitse federale regering) verzocht te onderzoeken of voor gemachtigden van fabrikanten met zetel buiten de Europese Unie een verplichting tot het afsluiten van een aansprakelijkheidsverzekering of vergelijkbare instrumenten geschikt zou kunnen zijn. Het doel zou zijn te waarborgen dat gemachtigden over voldoende financiële middelen beschikken om mogelijke aanspraken van consumenten te voldoen.
Daarnaast moet worden onderzocht of voorschriften met betrekking tot de kwaliteit van de werkzaamheden van de gemachtigden noodzakelijk zijn. Genoemd worden met name bereikbaarheid, betrouwbaarheid en voldoende deskundigheid. Bovendien moet worden onderzocht of, naast aansprakelijkheidsverzekeringen of vergelijkbare zekerheidsinstrumenten, verdere maatregelen nodig zouden kunnen zijn om gerechtvaardigde productaansprakelijkheidsvorderingen veilig te stellen.
De Bundesrat had reeds in zijn standpunt kritisch opgemerkt dat aanvullende vereisten de financiële lasten voor ondernemingen zouden kunnen verhogen.
Betekenis voor ondernemingen
Het nieuwe productaansprakelijkheidsrecht geldt voor producten die op of na 9 december 2026 in de handel worden gebracht of in gebruik worden genomen. Ondernemingen worden daarmee geconfronteerd met een gewijzigd aansprakelijkheidskader, dat met name digitale producten, software, mondiale toeleveringsketens en latere productwijzigingen sterker in aanmerking neemt.
De hervorming kan onder meer relevant zijn voor fabrikanten, importeurs, handelaren, platformaanbieders, fulfilmentdienstverleners en gemachtigden van niet-Europese fabrikanten. Ook ondernemingen die producten verder verwerken, wezenlijk wijzigen of opnieuw in de handel brengen, kunnen door de nieuwe voorschriften worden geraakt.
De modernisering van het productaansprakelijkheidsrecht raakt talrijke contractuele relaties langs de leverings- en distributieketen. Bij juridische vragen over de contractuele kwalificatie van aansprakelijkheidsrisico’s, leveringsrelaties of verantwoordelijkheden staat MTR Legal Rechtsanwälte met uitgebreide juridische advisering in het contractenrecht ter beschikking.