Achtergrond van de procedure
Centrale vraag in de procedure bij het Bundesgerichtshof was of een Landkreis via zijn internetportaal vacatures van particuliere bedrijven mag publiceren zonder hiervoor een vergoeding te vragen. Aanleiding was de klacht van een krantenuitgeverij die zich door dit aanbod in haar vrijheid van economische activiteiten benadeeld voelde. De uitgeverij stelde dat het gratis digitale aanbod van de Landkreis de werking van de vrije pers in gevaar bracht en een oneerlijke marktinterventie vormde.
Beoordeling van de toelaatbaarheid van gemeentelijke informatieaanbiedingen
Onafhankelijkheid van de staat en taken van de pers
Het Bundesgerichtshof maakte duidelijk dat overheids- of gemeentelijke instanties zich in principe terughoudend moeten opstellen bij het verspreiden van informatie, zolang er een goed functionerende particuliere persmarkt bestaat. Deze zogenaamde onafhankelijkheid van de pers is als grondwettelijk voorschrift ingericht om de pers haar onafhankelijke controlerende functie te kunnen laten uitoefenen. De rechter benadrukte in dat verband dat het niet tot de taak van een gemeente behoort om algemene informatie van commerciële of ondernemingsaard te verstrekken als deze functie al, bijvoorbeeld door dagbladen, wordt ingevuld.
Publicatie van bedrijfsvacatures
Volgens het hof ging het gratis aanbieden van een digitale vacaturemarkt door de Landkreis op haar website buiten het toelaatbare kader van openbare informatietaak. Volgens het vonnis behoort het presenteren van vacatures van particuliere bedrijven niet tot de gemeentelijke informatietaken die onder de publieke dienstverlening vallen, maar betreft dit vooral economische belangen die typisch tot het perswezen behoren. Het gratis publiceren van dergelijke vacatures werd daarom als een ontoelaatbare aantasting van de mededinging in de zin van het mededingingsrecht aangemerkt.
Gevolgen voor de persmarkt en het mededingingsrecht
De uitspraak van het Bundesgerichtshof is van groot belang voor het onderscheid tussen overheids- en particuliere informatievoorziening. Bevestigd wordt dat publieke instellingen niet rechtstreeks mogen concurreren met private mediamarktpartijen, wanneer hierdoor het evenwicht binnen de perssector zou worden verstoord. Daarmee wordt private mediabedrijven een juridische bescherming geboden die de concurrentie en de onafhankelijkheid van journalistiek werk moet veiligstellen.
Verdere aanwijzingen
Het vonnis van het Bundesgerichtshof (zaaknr. I ZR 142/23, gepubliceerd op 25 oktober 2024) verduidelijkt de vereisten voor de scheiding van overheids- en particuliere informatiebelangen en biedt richting in het spanningsveld tussen gemeentelijke voorlichting en vrije pers. Uitgevers en beheerders van gemeentelijke informatieplatforms dienen in de toekomst hun toelaatbare handelingsruimte – vooral met het oog op economische activiteiten zoals het publiceren van vacatures – nauwlettend in acht te nemen. Daarnaast dient bij soortgelijke situaties de verdere ontwikkeling van de rechtspraak te worden afgewacht.
MTR Legal Advocaten beschikt over ruime ervaring met de juridische beoordeling van marktgedrag van overheidsinstellingen en particuliere mediabedrijven. Voor verdiepende vragen over het onderscheid tussen publieke en private communicatie en over de naleving van mededingingsrechtelijke voorschriften staan wij u graag ter beschikking binnen het vakgebied Advies in het mededingingsrecht.