# HvJ-EU over verjaring van rente op onrechtmatige steun

> Het HvJ-EU verduidelijkt dat nationale verjaringsregels de effectieve terugvordering van rente op onrechtmatige steun niet mogen verhinderen.

Source: https://www.mtrlegal.com/nl/hvj-eu-verjaring-rente-onrechtmatige-steun/ · Language: nl · Updated: 2026-10-28

---

Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) heeft de vereisten voor de terugvordering van met het Unierecht strijdige staatssteun en de daarover verschuldigde rente nader gepreciseerd. Volgens de beslissing mogen [nationale verjaringsregels](https://www.mtrlegal.com/tschechische-verjaehrungsregelung-verletzt-eu-wettbewerbsrecht/) de effectieve invordering van de rente niet verhinderen wanneer het verstrijken van de termijn berust op een bestuurspraktijk waarbij eerst het steunbedrag en pas daarna de rente wordt teruggevorderd ([HvJ-EU, beslissing van 8 oktober 2026](https://eur-lex.europa.eu/./legal-content/AUTO/?uri=CELEX:62025CO0617) – C‑617/25).

## Geschil over rente op steun voor de vrijhandelszone Madeira

De procedure betrof steun die Portugal had toegekend in het kader van de regeling „Vrijhandelszone Madeira – Regeling III“. De Europese Commissie had deze regeling, voor zover zij in strijd met eerdere besluiten van de Commissie was uitgevoerd, als onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt aangemerkt.

Op grond van Besluit (EU) 2022/1414 moest Portugal de onverenigbare steun van de begunstigden terugvorderen. De terug te betalen bedragen moesten worden vermeerderd met rente over de periode vanaf de terbeschikkingstelling van de steun tot de daadwerkelijke terugvordering ervan. De uitvoering diende onmiddellijk en effectief plaats te vinden, en wel binnen acht maanden na de kennisgeving van het besluit van de Commissie.

### Executieprocedures tegen Mota Internacional

Mota Internacional – Comércio e Consultadoria Económica, Lda. had voor het belastingjaar 2015 in het kader van Regeling III een vermindering van de vennootschapsbelasting ontvangen. Na de vaststelling van het besluit van de Commissie vaardigde de belasting- en financiële administratie van de Autonome Regio Madeira drie betalingsbevelen uit voor de met de steun verband houdende rente.

Omdat de vennootschap de rente niet betaalde, leidde de belastingadministratie in 2024 drie fiscale executieprocedures in. Mota Internacional stelde hiertegen beroep in bij de bestuurs- en belastingrechter te Funchal.

De vennootschap voerde aan dat de naar Portugees recht geldende verjaringstermijn voor de invordering van de rente reeds was verstreken. De vorderingen konden daarom niet meer worden afgedwongen.

### Standpunt van de belastingadministratie

De belastingadministratie stelde daarentegen dat zij de betalingsbevelen voor de rente pas had kunnen uitvaardigen nadat de eigenlijke steunbedragen waren teruggevorderd. De verjaringstermijn kon daarom op zijn vroegst aanvangen op het tijdstip waarop zij juridisch in staat was betaling van de rente te vorderen.

Daarnaast moest het nationale verjaringsrecht op grond van de voorrang van het Unierecht buiten toepassing blijven voor zover het de invordering van de rente verhinderde. De administratie was bovendien van mening dat de betalingsbevelen en de daaropvolgende executieprocedures slechts maatregelen ter uitvoering van het besluit van de Commissie vormden. Zij konden daarom niet bij nationale rechters worden aangevochten.

## Unierechtelijk kader voor de terugvordering

Artikel 16, lid 2, van Verordening (EU) 2015/1589 bepaalt dat terug te vorderen steun ook rente omvat. Deze rente loopt vanaf het tijdstip waarop de onrechtmatige steun aan de begunstigde ter beschikking is gesteld tot het tijdstip van terugbetaling.

Volgens artikel 16, lid 3, van de verordening vindt de terugvordering onverwijld plaats volgens de procedures van de betrokken lidstaat. Voorwaarde is dat deze procedures de onmiddellijke en effectieve uitvoering van het besluit van de Commissie mogelijk maken. Een beschikking van het HvJ-EU krachtens artikel 278 VWEU (Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie) blijft hierdoor onverlet.

De bevoegdheden van de Europese Commissie tot terugvordering zijn volgens artikel 17, lid 1, van de verordening in beginsel onderworpen aan een termijn van tien jaar.

### Portugese verjaringsregels

Het Portugese belastingrecht voorziet in beginsel in een verjaringstermijn van acht jaar voor belastingschulden. Bij periodiek geheven belastingen vangt de termijn aan aan het einde van het jaar waarin het relevante belastbare feit zich heeft voorgedaan.

Daarnaast bevat het Portugese recht regels over de stuiting en schorsing van de verjaring. Onder meer de kennisgeving van bepaalde maatregelen, rechtsmiddelen, gerechtelijke procedures of andere wettelijk vastgelegde omstandigheden kunnen gevolgen hebben voor het verloop van de termijn.

De bestuurs- en belastingrechter te Funchal wees erop dat het Portugese recht geen afzonderlijke regeling bevat voor de terugvordering van staatssteun en de daarmee samenhangende rente.

## Vragen van de bestuurs- en belastingrechter te Funchal

De nationale rechter wilde in wezen vernemen:

- of het Unierechtelijke doeltreffendheidsbeginsel zich verzet tegen nationale regels over de aanvang, stuiting en schorsing van de verjaring wanneer deze de terugvordering van steun of rente verhinderen;
- welke verjaringsregels gelden indien de Portugese bepalingen buiten toepassing moeten blijven;
- of rentevorderingen pas mogen worden vastgesteld nadat het steunbedrag ten minste gedeeltelijk is terugbetaald en de verjaring daarom pas op dat tijdstip kan aanvangen;
- of belastingaanslagen met betrekking tot de steun en betalingsbevelen met betrekking tot de rente slechts maatregelen ter uitvoering van het besluit van de Commissie vormen.

Het HvJ-EU besliste bij met redenen omklede beschikking. Daarbij baseerde het zich voor een deel van de vragen op de kennelijke niet-ontvankelijkheid van het verzoek en voor de overige vragen op zijn reeds bestaande rechtspraak.

## Eerste vraag kennelijk niet-ontvankelijk

Volgens het HvJ-EU voldeed de eerste vraag niet aan de inhoudelijke vereisten voor een verzoek om een prejudiciële beslissing. De nationale rechter had de relevante feiten en het verband tussen het Portugese recht en de toepasselijke Unierechtelijke bepalingen niet voldoende duidelijk uiteengezet.

### Ontbrekende informatie over het tijdsverloop

In het bijzonder ontbraken concrete gegevens over het tijdstip waarop de belastingadministratie de betalingsbevelen met betrekking tot de rente had uitgevaardigd. Ook bleef onduidelijk of en, zo ja, wanneer de toegekende steunbedragen tussen de vaststelling van het besluit van de Commissie en de inleiding van de executieprocedures waren terugbetaald.

Evenmin kon uit het verzoek worden afgeleid op welke Portugese verjaringsbepalingen Mota Internacional haar verjaringsverweer concreet baseerde. Ook was niet vermeld op welk tijdstip de verjaring volgens de vennootschap zou zijn ingetreden.

De weergave van verschillende nationale bepalingen volstond volgens het HvJ-EU niet. De nationale rechter had niet toegelicht welke van deze bepalingen op de concrete feiten van toepassing zouden zijn. Het HvJ-EU kon daarom niet beoordelen of een antwoord op de eerste vraag noodzakelijk was voor de beslechting van het hoofdgeding.

### Geen antwoord op de tweede vraag

De tweede vraag was uitsluitend gesteld voor het geval dat het HvJ-EU de eerste vraag bevestigend zou beantwoorden. Omdat de eerste vraag kennelijk niet-ontvankelijk was, hoefde de tweede vraag niet te worden beantwoord.

De opmerking van de nationale rechter dat met het verzoek tegelijkertijd vragen uit andere bij hem aanhangige procedures zouden worden gebundeld, leidde niet tot een andere uitkomst. Volgens het HvJ-EU dient de prejudiciële procedure niet voor het uitbrengen van algemene of hypothetische standpunten. Er moet daarentegen een concreet verband bestaan met de beslissing in het desbetreffende hoofdgeding.

## Verjaring mag effectieve terugvordering van rente niet verhinderen

Het HvJ-EU herformuleerde de derde vraag met inachtneming van artikel 16, leden 2 en 3, van Verordening (EU) 2015/1589. Bepalend was vervolgens of een nationale verjaringstermijn op de rentevordering mag worden toegepast wanneer het verstrijken ervan berust op een bestuurspraktijk waarbij eerst het steunbedrag en pas daarna de bijbehorende rente wordt ingevorderd.

### Nationale termijnen blijven in beginsel mogelijk

Het HvJ-EU verduidelijkte dat nationale verjaringsregels in beginsel ook van toepassing kunnen zijn bij de terugvordering van onrechtmatig toegekende steun. Dergelijke termijnen dienen de rechtszekerheid en kunnen in beginsel verenigbaar zijn met het doeltreffendheidsbeginsel.

De toepassing ervan mag er echter niet toe leiden dat de door het Unierecht voorgeschreven terugvordering in de praktijk onmogelijk wordt. Tegelijkertijd moet rekening worden gehouden met het belang van de Unie bij een volledig herstel van de door het staatssteunrecht vereiste toestand.

De terugvordering is pas voltooid wanneer de lidstaat zowel het bedrag van de onverenigbare steun als de daarover verschuldigde rente daadwerkelijk heeft geïnd.

### Steun en rente moeten onmiddellijk worden teruggevorderd

Volgens het HvJ-EU heeft het vereiste van onmiddellijke uitvoering zowel betrekking op het eigenlijke steunbedrag als op de rente. Artikel 16, lid 2, van de verordening rechtvaardigt daarom geen bestuurspraktijk waarbij de belastingadministratie noodzakelijkerwijs eerst het steunbedrag volledig of gedeeltelijk moet terugvorderen voordat zij de rente kan innen.

Wanneer de nationale verjaringstermijn als gevolg van een dergelijke praktijk verstrijkt, verzet artikel 16, lid 2, gelezen in samenhang met het doeltreffendheidsbeginsel, zich tegen de toepassing ervan voor zover de praktijk de daadwerkelijke invordering van de rente kan verhinderen.

Het HvJ-EU beperkte deze uitspraak uitdrukkelijk tot gevallen waarin het verstrijken van de termijn berust op de beschreven bestuurspraktijk en deze de effectieve terugvordering van de rente kan belemmeren. De bestuurs- en belastingrechter te Funchal moet aan de hand van de feitelijke omstandigheden vaststellen welke concrete gevolgen dit heeft voor de procedure van Mota Internacional.

## Beperkte taak van de nationale belastingadministratie

Met betrekking tot de vierde vraag stelde het HvJ-EU vast dat de nationale autoriteiten bij steun die door de Europese Commissie onverenigbaar is verklaard, geen beoordelingsruimte hebben ten aanzien van de terugvordering. Hun taak is beperkt tot de uitvoering van het besluit van de Commissie.

Dit omvat zowel de onrechtmatig toegekende steunbedragen als de daarover verschuldigde rente. De belastingadministratie mag daarom niet zelfstandig beslissen of de terugvordering plaatsvindt.

### Toetsing door nationale rechters blijft mogelijk

Uit de beperkte taak van de belastingadministratie volgt volgens de motivering van de beslissing echter niet dat haar uitvoeringsmaatregelen aan iedere rechterlijke toetsing zijn onttrokken. Voor zover het Unierecht geen bijzondere procedureregels bevat, wordt de terugvordering beheerst door het nationale recht.

Deze nationale regels moeten aan twee voorwaarden voldoen: zij mogen de door het Unierecht vereiste terugvordering niet in de praktijk onmogelijk maken en moeten het Unierechtelijke gelijkwaardigheidsbeginsel eerbiedigen. Geschillen over de concrete uitvoering van de terugvordering vallen onder de bevoegdheid van de nationale rechters.

Het HvJ-EU verwierp daarmee het standpunt van de belastingadministratie dat betalingsbevelen voor rente uitsluitend vanwege hun karakter als uitvoeringsmaatregelen niet rechterlijk zouden kunnen worden getoetst.

## Betekenis van de beslissing

De beschikking verduidelijkt dat de lidstaten bij de uitvoering van een terugvorderingsbesluit in beginsel hun eigen procedure- en verjaringsregels toepassen. Deze procedurele autonomie eindigt echter waar nationale bepalingen of administratieve processen de daadwerkelijke en volledige terugvordering van met het Unierecht strijdige steun, met inbegrip van de rente, kunnen verhinderen.

In het hoofdgeding moet de bestuurs- en belastingrechter te Funchal nu de concrete feitelijke en nationaalrechtelijke kwesties beoordelen. Daartoe behoort in het bijzonder de vraag of de toepasselijke verjaringstermijn is verstreken als gevolg van de door de belastingadministratie beschreven volgorde van terugvordering en of deze praktijk de effectieve invordering van de rente heeft belemmerd. De nationale rechter beslist eveneens over de kosten van de prejudiciële procedure.

MTR Legal adviseert ondernemingen, leidinggevenden en vermogende particulieren over vraagstukken op het gebied van het [ondernemingsrecht.](https://www.mtrlegal.com/rechtsberatung/wirtschaftsrecht/)
