# HvJ-EU verduidelijkt gezondheidsclaims voor voedingssupplementen

> Het HvJ-EU verduidelijkt wanneer gebruiksaanwijzingen gezondheidsclaims zijn en hoe informatie over ziekterisico’s moet worden vermeld.

Source: https://www.mtrlegal.com/nl/hvj-eu-verduidelijkt-gezondheidsclaims-voor-voedingssupplementen/ · Language: nl · Updated: 2026-10-30

---

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft de voorwaarden voor gezondheidsclaims bij het in de handel brengen van voedingssupplementen nader bepaald ([HvJ-EU, arrest van 17 september 2026](https://eur-lex.europa.eu/./legal-content/AUTO/?uri=CELEX:62024CJ0721) – C-721/24). Volgens het Hof kunnen ook uitspraken over de frequentie van inname of de wijze van toediening een gezondheidsclaim in de zin van Verordening (EG) nr. 1924/2006 vormen. Daarnaast behandelde het Hof de verplichte informatie bij claims inzake de beperking van een ziekterisico.

## Geschil over reclame voor voedingssupplementen

Aan de prejudiciële procedure lag een rechtsgeschil ten grondslag tussen enerzijds de onderneming V. en anderzijds de ondernemingen L. en B. De betrokken vennootschappen brengen onder meer voedingssupplementen op de markt en zijn elkaars concurrenten.

Het rechtsgeschil had betrekking op reclame-uitingen voor twee door V. verkochte producten. De advertenties verschenen in tijdschriften voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg.

### Uitspraken over inname en toediening

Voor een van de producten werd onder meer reclame gemaakt met de woorden „stabiele plasmawaarden“. Latere advertenties bevatten uitspraken volgens welke een dagelijkse inname van vitamine D de voorkeur verdiende boven een hogere dosis die in één keer werd toegediend. Dit werd uitgedrukt met de formulering „beter dagelijks dan als bolus“.

Daarnaast werd sublinguale toediening aangeduid als de te verkiezen wijze van gebruik. Daaraan werden ten opzichte van orale inname verschillende voordelen toegeschreven, waaronder een snellere absorptie en het vermijden van het first-pass-effect in de lever en van enzymatische afbraak in de maag. Volgens de vaststellingen van de verwijzende rechter zouden andere advertenties bovendien hebben gesuggereerd dat inname van het product een verhoging van het sterfterisico kon voorkomen; de mededingingsrechtelijke beoordeling daarvan is nog niet onherroepelijk vastgesteld en staat ter beoordeling van het Hof van Beroep Brussel.

### Uitspraak over het cholesterolgehalte

Voor het andere voedingssupplement werd reclame gemaakt met de uitspraak „de oplossing om het cholesterolgehalte onder controle te krijgen“. Tegelijkertijd vermeldde de advertentie dat het product plantensterolen bevatte.

De verweerders in het hoofdgeding stelden zich op het standpunt dat de uitspraken onder meer in strijd waren met art. 10 en art. 14, lid 2, van Verordening nr. 1924/2006. Op 9 juni 2021 stelden zij een vordering tot staking in. De Franstalige ondernemingsrechtbank te Brussel wees de vordering bij vonnis van 6 april 2022 toe.

Nadat nieuwe advertenties waren verschenen, volgde een tweede vordering tot staking. Bij vonnis van 5 april 2023 kwalificeerde de rechtbank meerdere uitspraken als ontoelaatbare [gezondheidsclaims](https://www.mtrlegal.com/wiki/gesundheitsbezogene-angaben-in-lebensmitteln/) en verbood zij V. op straffe van een dwangsom deze en soortgelijke uitspraken nog langer te gebruiken. V. stelde tegen beide vonnissen hoger beroep in. Het Hof van Beroep Brussel voegde de procedures en legde het HvJ-EU vragen voor over de uitlegging van het Unierecht. Na de prejudiciële beslissing dient de verwijzende rechter over het geschil te beslissen.

## Relevante voorschriften van de Claimsverordening

Verordening nr. 1924/2006 is van toepassing op voedings- en gezondheidsclaims in commerciële mededelingen over de etikettering en presentatie van levensmiddelen of in reclame voor levensmiddelen die bestemd zijn om aan de eindverbruiker te worden geleverd. Tot deze levensmiddelen behoren ook voedingssupplementen.

Volgens art. 2, lid 2, punt 1, van de verordening is een „claim“ iedere niet-verplichte boodschap of aanduiding waarmee wordt gesteld, de indruk wordt gewekt of wordt geïmpliceerd dat een levensmiddel bijzondere eigenschappen heeft. Art. 2, lid 2, punt 5, omvat als gezondheidsclaim iedere claim die stelt, de indruk wekt of impliceert dat er een verband bestaat tussen een levensmiddelencategorie, een levensmiddel of een bestanddeel daarvan en de gezondheid.

Volgens art. 2, lid 2, punt 6, is sprake van een claim inzake ziekterisicobeperking wanneer wordt gesteld, de indruk wordt gewekt of wordt geïmpliceerd dat de consumptie van een levensmiddel of een bestanddeel daarvan een risicofactor voor het ontstaan van een ziekte bij de mens aanzienlijk beperkt.

Voor het rechtsgeschil waren daarmee in het bijzonder drie vragen doorslaggevend:

- Kunnen uitspraken over de frequentie van inname of de wijze van toediening gezondheidsclaims zijn?
- Moet de vermelding op grond van art. 14, lid 2, van Verordening nr. 1924/2006 de tekst van de verordening letterlijk weergeven?
- Moet deze vermelding bovendien in schriftelijke reclame worden opgenomen wanneer zij al op de verpakking staat?

## Ruime betekenis van het begrip gezondheidsclaim

### Bijzondere eigenschappen niet beperkt tot bestanddelen

Volgens het HvJ-EU zijn de „bijzondere eigenschappen“ van een levensmiddel niet beperkt tot de samenstelling of inhoud ervan. Het begrip kan ook betrekking hebben op de wijze van consumptie, voor zover de presentatie de indruk wekt dat deze modaliteiten van belang zijn voor de aan het product toegeschreven eigenschappen.

Daarom kunnen uitspraken als „beter dagelijks dan als bolus“ of een verwijzing naar sublinguale toediening bijzondere eigenschappen aan een voedingssupplement toeschrijven. Daarvoor is geen uitdrukkelijke uitspraak vereist. Het volstaat dat bij een normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende gemiddelde consument een overeenkomstige indruk kan ontstaan.

### Verband met de gezondheid is doorslaggevend

Het voor art. 2, lid 2, punt 5, relevante verband tussen een levensmiddel en de gezondheid moet volgens de beslissing ruim worden opgevat. Het omvat niet alleen uitspraken die een verbetering van de gezondheidstoestand door consumptie in het vooruitzicht stellen. Ook uitspraken volgens welke negatieve gevolgen voor de gezondheid uitblijven of geringer zijn, kunnen eronder vallen.

Uitspraken over de frequentie van inname of de wijze van toediening vallen daarom onder het begrip gezondheidsclaim wanneer de presentatie ervan een verband legt met een gezondheidsbevorderend effect of met het uitblijven dan wel verminderen van negatieve gevolgen voor de gezondheid.

Hiervan moet zuiver praktische informatie worden onderscheiden. Wanneer een uitspraak zich beperkt tot de modaliteiten van consumptie zonder uitdrukkelijk of impliciet gevolgen voor de gezondheid aan de orde te stellen, is in zoverre geen sprake van een gezondheidsclaim.

Het HvJ-EU baseerde deze uitlegging ook op de doelstellingen van de verordening. Deze beoogt de goede werking van de interne markt te waarborgen en tegelijkertijd een hoog niveau van consumenten- en gezondheidsbescherming te verzekeren. Gezondheidsclaims mogen in beginsel alleen worden toegestaan na een wetenschappelijke beoordeling van het hoogst mogelijke niveau, die op uniforme wijze door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid moet worden uitgevoerd.

## Vermelding van meerdere ziekterisico’s

Art. 14, lid 2, van Verordening nr. 1924/2006 vereist bij claims inzake ziekterisicobeperking een aanvullende vermelding. Daaruit moet blijken dat de desbetreffende ziekte meerdere risicofactoren heeft en dat verandering van een van die factoren al dan niet een heilzaam effect kan hebben.

### Letterlijke overname niet vereist

Volgens het HvJ-EU hoeft de vermelding de bewoordingen van de verordening niet ongewijzigd over te nemen. Anders dan bij andere bepalingen van de verordening heeft de Uniewetgever in art. 14, lid 2, geen specifieke formulering dwingend voorgeschreven.

Wel is vereist dat consumenten over beide aspecten correct, duidelijk en gemakkelijk te begrijpen worden geïnformeerd. De vermelding moet daarom zowel ingaan op de veelheid aan risicofactoren als op het feit dat verandering van slechts één factor al dan niet een heilzaam effect kan hebben.

De verplichte informatie moet de reikwijdte van een claim inzake ziekterisicobeperking nuanceren. Daarmee moet worden voorkomen dat consumenten deze als een therapeutische belofte opvatten. Voeding is slechts een van meerdere factoren die het ontstaan van een ziekte kunnen beïnvloeden.

In dit concrete geval achtte het HvJ-EU, dat in een prejudiciële procedure uitsluitend het Unierecht uitlegt, de vermelding dat verhoogde cholesterolwaarden een risicofactor voor hart- en vaatziekten vormen, onder voorbehoud van toetsing door het Hof van Beroep Brussel, niet geschikt om de op grond van art. 14, lid 2, vereiste informatie correct, duidelijk en gemakkelijk te begrijpen over te brengen; de definitieve beoordeling van de feiten en het recht staat aan het Hof van Beroep Brussel en is tot dusver niet onherroepelijk vastgesteld.

## Geen herhaling in schriftelijke reclame bij vermelding op de verpakking

Het HvJ-EU beperkte de beoordeling van de derde vraag tot schriftelijke reclame, omdat het hoofdgeding betrekking had op advertenties in tijdschriften voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg. Volgens zijn uitlegging moet de op grond van art. 14, lid 2, voorgeschreven vermelding primair op het etiket van het desbetreffende product staan. Alleen wanneer een etikettering ontbreekt, moet zij in de presentatie of reclame worden opgenomen.

Het begrip etikettering omvat alle woorden, vermeldingen, afbeeldingen of tekens die betrekking hebben op het levensmiddel en op de verpakking of begeleidende documenten ervan zijn aangebracht. Vermeldingen op de verpakking maken daarmee deel uit van de etikettering.

Wanneer de vermelding op grond van art. 14, lid 2, al op de verpakking van het voedingssupplement staat, hoeft zij volgens het arrest niet ook nog eens te worden herhaald in schriftelijke reclame ter bevordering van de verkoop. Het Hof baseerde zich daarbij op de functie van de etikettering: de verplichte informatie moet vóór de aankoopbeslissing aan consumenten beschikbaar worden gesteld.

Ten aanzien van de website heeft het HvJ-EU in het dictum geen overeenkomstige vaststelling gedaan. Zijn antwoord heeft betrekking op de situatie waarin de vereiste vermelding al op de verpakking van het voedingssupplement staat.

## Belangrijkste overwegingen van het HvJ-EU

Het Hof vatte de uitlegging van de relevante bepalingen in essentie als volgt samen:

- Uitspraken over de frequentie van inname of de wijze van toediening van een voedingssupplement zijn gezondheidsclaims wanneer de presentatie ervan een verband legt met een gezondheidsbevorderend effect of met het uitblijven dan wel verminderen van negatieve gevolgen voor de gezondheid.
- De vermelding op grond van art. 14, lid 2, van Verordening nr. 1924/2006 hoeft niet letterlijk overeen te komen met de tekst van de verordening. Zij moet consumenten echter correct, duidelijk en gemakkelijk te begrijpen over beide voorgeschreven aspecten informeren.
- Schriftelijke reclame met een claim inzake ziekterisicobeperking hoeft de vermelding niet aanvullend te bevatten wanneer deze al op de verpakking van het voedingssupplement staat.

Het Hof van Beroep Brussel beslist over de kosten van het hoofdgeding. De kosten die andere betrokkenen hebben gemaakt voor het indienen van opmerkingen bij het HvJ-EU komen niet voor vergoeding in aanmerking.

## Betekenis voor het mededingingsrecht

De beslissing verduidelijkt dat de kwalificatie van een reclame-uiting niet uitsluitend afhangt van de bewoordingen ervan. Ook de totaalindruk die de uitspraak over de inname, het gebruik of de werking van een voedingssupplement bij consumenten wekt, is relevant. Tegelijkertijd preciseert het HvJ-EU de inhoud en plaatsing van de verplichte informatie bij claims inzake ziekterisicobeperking.

Bij juridische vragen over de mededingingsrechtelijke beoordeling van gezondheidsgerelateerde reclame begeleidt MTR Legal ondernemingen in het kader van de [juridische advisering op het gebied van het mededingingsrecht](https://www.mtrlegal.com/rechtsberatung/wettbewerbsrecht/).
