# EU Inc.: verordeningsvoorstel roept bevoegdheidsvragen op

> De geplande EU Inc. stuit op juridische hindernissen: adviezen zien bevoegdheidsgebreken, aansprakelijkheidsrisico’s en tekortkomingen bij registercontrole.

Source: https://www.mtrlegal.com/nl/eu-inc-verordeningsvoorstel-roept-bevoegdheidsvragen-op/ · Language: nl · Updated: 2026-10-24

---

## Geplande EU Inc. stuit op aanzienlijke bezwaren

De door de Europese Commissie voorgestelde nieuwe vennootschapsvorm „EU Inc.“ blijft onder vuur liggen. De voormalige rechter van het Bundesverfassungsgericht (Duits federaal constitutioneel hof) Prof. Dr. Udo Di Fabio acht het verordeningsvoorstel volgens een in opdracht van de Bundesnotarkammer uitgebracht advies in de huidige vorm onrechtmatig. Naar zijn inschatting berust het ontwerp op een onjuiste bevoegdheidsgrondslag en zou het daarom voor het [Europees Hof van Justitie](https://www.mtrlegal.com/wiki/europaeischer-gerichtshof-eugh/) of het Bundesverfassungsgericht geen stand kunnen houden.

De EU Inc., voluit „European Incorporated“, moet worden ingevoerd als een in de hele Unie uniforme rechtsvorm voor kapitaalvennootschappen. De Europese Commissie heeft het desbetreffende verordeningsvoorstel op 18 maart 2026 ingediend. Het ontwerp draagt het nummer [COM(2026) 321 final](https://dserver.bundestag.de/brd/2026/0238-26.pdf) en wordt in de wetgevingsprocedure gevoerd onder 2026/0074 (COD).

Het doel van de Commissie is een uniform regelgevingskader te creëren dat oprichtingen van ondernemingen en grensoverschrijdende expansie binnen de Europese Unie moet vergemakkelijken. De EU Inc. moet niet in de plaats komen van de 27 nationale vennootschapsrechten, maar daarnaast bestaan als [zogenoemd 28e regime](https://www.mtrlegal.com/eu-inc-als-optionale-rechtsform-der-europaeischen-union/).

## Commissieontwerp voor een 28e regime

### Oprichting en doelgroep van de nieuwe rechtsvorm

Volgens het concept van de Commissie richt de EU Inc. zich met name op start-ups en scale-ups die in meerdere lidstaten actief willen worden. Hun moet worden bespaard dat zij zich voor hun activiteiten in verschillende staten telkens met uiteenlopende nationale vennootschapsrechten moeten bezighouden.

Het ontwerp voorziet in een eenvoudige en grotendeels digitale oprichting. Volgens de weergave in de uitgangstekst moet de EU Inc. zonder minimumkapitaal kunnen worden opgericht; oprichting binnen 48 uur zou mogelijk moeten zijn. Het ontwerp voorziet bovendien in een zelfstandige registerprocedure. Volgens dat ontwerp zou de oprichting kunnen plaatsvinden via een nieuw in te richten EU-interface overeenkomstig art. 15 van het verordeningsontwerp of rechtstreeks via de registerautoriteit overeenkomstig art. 18 van het verordeningsontwerp. De registerautoriteit zou daarbij als centraal aanspreekpunt moeten fungeren.

### Kritiek op registercontrole en transparantie

Al vóór het advies van Di Fabio was het ontwerp vanuit de rechtsadvies- en notariële praktijk bekritiseerd. In een gastbijdrage voor Legal Tribune Online had notaris Dr. Martin Thelen gewaarschuwd voor een mogelijke „toegangspoort voor witwassen en belastingontduiking“. Achtergrond van deze kritiek is dat het Commissieontwerp volgens deze inschatting afziet van preventieve controle, een veilige identificatie van de oprichters en transparantie door betrouwbare openbare registers.

Het verordeningsontwerp verbiedt de lidstaten uitdrukkelijk om aanvullende vormvereisten, waaronder notariële akten, voor te schrijven. Ook de Deutsche Notarverein met zijn voorzitter Christian Rupp ziet in de geplande rechtsvorm een stap terug bij de preventie van witwassen en wijst tegelijk kostenkritiek vanuit de start-upscene van de hand. Verder heeft het Europees Vakbondsinstituut het voorstel duidelijk bekritiseerd.

## Di Fabio ziet verkeerde bevoegdheidsgrondslag

### Geschil over art. 114 AEUV

Centraal in het advies van Prof. Dr. Udo Di Fabio staat de vraag of de Europese Commissie haar verordeningsvoorstel mocht baseren op art. 114 AEUV (Vertrag über die Arbeitsweise der Europäischen Union, Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie). Deze bepaling betreft de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten met het oog op de instelling en de werking van de interne markt.

Naar Di Fabio’s inschatting staat art. 114 AEUV op grond van de vaste rechtspraak van het Europees Hof van Justitie meerderheidsbesluiten slechts toe voor de harmonisatie van bestaand nationaal recht. De bepaling machtigt volgens hem niet tot het creëren van een nieuw rechtsinstituut zoals de EU Inc. De geplande rechtsvorm harmoniseert bestaande nationale vennootschapsrechten niet slechts, maar creëert een aanvullend regime naast de 27 nationale rechtsordes.

Volgens Di Fabio heeft het Europees Hof van Justitie het gebruik van de internemarktbevoegdheid voor dergelijke nieuwe rechtsvormen uitdrukkelijk uitgesloten. Het verordeningsvoorstel van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen tot oprichting van de EU Inc. is naar zijn overtuiging onrechtmatig en zal met grote waarschijnlijkheid door het Europees Hof van Justitie of door het Bundesverfassungsgericht worden vernietigd.

### Art. 352 AEUV als volgens Di Fabio juiste grondslag

Di Fabio beschouwt art. 352 AEUV als de bepalende bevoegdheidsgrondslag. Deze bepaling komt in aanmerking wanneer optreden van de Unie in het kader van de in de Verdragen vastgestelde beleidsterreinen noodzakelijk lijkt, maar de Verdragen daarvoor geen bijzondere bevoegdheden bevatten. Volgens art. 352 AEUV is in beginsel unanimiteit in de Raad vereist; in Duitsland zouden Bundestag (Duitse Bondsdag) en Bundesrat (Duitse Bondsraad) moeten worden betrokken.

Volgens Di Fabio’s uiteenzetting is de Europese Unie ook bij de Europese vennootschap (SE) en de overige Europese rechtsvormen op deze grondslag te werk gegaan. Het advies beveelt de Commissie daarom aan het ontwerp nog tijdens de lopende wetgevingsprocedure om te zetten naar art. 352 AEUV.

Vanuit zijn perspectief is de keuze voor art. 114 AEUV er kennelijk op gericht de betrokkenheid van de lidstaten te omzeilen in strijd met de constitutionele bevoegdheidsorde. Ook de Bundesrat en de Juridische Dienst van de Raad hebben twijfels geuit over de gekozen rechtsgrondslag. Duitsland heeft de rechtsgrondslag volgens de beschikbare gegevens tot dusver niet betwist.

## Democratische betrokkenheid van de lidstaten

### Betekenis van unanimiteit en parlementaire betrokkenheid

Het advies benadrukt dat politieke doelmatigheid niet boven het Grundgesetz (Duitse grondwet) en de Europese Verdragen staat. De naleving van de bestaande bevoegdheidsorde is volgens Di Fabio’s beoordeling dwingend vanuit de rechtsstaat en vanuit het oogpunt van het democratiebeginsel. Wie deze orde om pragmatische redenen ter discussie stelt, tornt aan de fundamenten van de Europese Unie als rechtsgemeenschap.

Het unanimiteitsvereiste en de betrokkenheid van nationale parlementen moeten waarborgen dat fundamentele nieuwe rechtsinstituten berusten op een brede democratische consensus van de lidstaten. Indien de weg via art. 114 AEUV wordt gekozen, zouden de leden van de Duitse Bundestag en de deelstaten in de Bundesrat bij de invoering van de nieuwe vennootschapsvorm volgens Di Fabio’s kritiek geen overeenkomstig inspraakrecht hebben.

Daarmee zou volgens hem de democratische terugkoppeling naar de lidstaten en indirect naar de burgers van de Europese Unie zonder effect blijven. De Bundesrat werd op 27 april 2026 overeenkomstig § 2 EUZBLG (Gesetz über die Zusammenarbeit von Bundesregierung und Deutschem Bundestag in Angelegenheiten der Europäischen Union, Duitse wet inzake samenwerking in EU-aangelegenheden) over het voorstel geïnformeerd. In zijn [1065e vergadering](https://www.bundesrat.de/SharedDocs/downloads/DE/plenarprotokolle/2026/Plenarprotokoll-1065.pdf?__blob=publicationFile&v=2) op 8 mei 2026 besloot de Bundesrat over de EU-Inc.-documenten standpunten overeenkomstig §§ 3 en 5 EUZBLG.

### Stand van zaken in het Europees Parlement

In het Europees Parlement is de Commissie juridische zaken (JURI) als bevoegde commissie belast met het dossier. Rapporteur is het parlementslid Prof. Dr. René Repasi uit de S&D-Fractie, die zijn ontwerpverslag op 29 juni 2026 presenteerde.

Een wezenlijk verschil met het Commissieontwerp betreft de werknemersmedezeggenschap. Terwijl het Commissieontwerp aanknoopt bij de registratiestaat, voorziet het ontwerpverslag erin uit te gaan van de plaats van tewerkstelling. Bij werknemers in meerdere lidstaten zou volgens dat ontwerp telkens het hoogste beschermingsniveau gelden.

## Mogelijke gevolgen van een vernietiging

### Nietigverklaring door het Europees Hof van Justitie

Naar Di Fabio’s inschatting zou de geplande verordening door twee rechterlijke instanties kunnen worden getoetst en vernietigd respectievelijk buiten toepassing worden verklaard. Indien het Europees Hof van Justitie de verordening nietig zou verklaren, zou zij met terugwerkende kracht wegvallen.

Dit zou volgens de in het advies verdedigde opvatting aanzienlijke praktische consequenties hebben. De EU Inc. is opgezet als een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. Voor verbintenissen zou in beginsel het vennootschapsvermogen aansprakelijk zijn, niet het privévermogen van de aandeelhouders.

Als de verordening met terugwerkende kracht zou wegvallen, zou volgens de weergave van het advies ook deze aansprakelijkheidsbescherming kunnen vervallen. Reeds opgerichte EU-Inc.-vennootschappen zouden in Duitsland dan kunnen worden aangemerkt als offene Handelsgesellschaft (OHG, Duitse personenvennootschap onder firma), Gesellschaft bürgerlichen Rechts (GbR, Duitse maatschap) of eenmanszaak. Bij deze rechtsvormen kan persoonlijke en onbeperkte aansprakelijkheid van de vennoten respectievelijk exploitanten met het gehele privévermogen aan de orde zijn.

### Ultra-vires-toetsing door het Bundesverfassungsgericht

Naast toetsing door het Europees Hof van Justitie acht Di Fabio ook ingrijpen door het Bundesverfassungsgericht mogelijk. De Europese Unie mag slechts optreden op de terreinen waarop de lidstaten haar bevoegdheden hebben overgedragen. Overschrijdt zij deze grenzen kennelijk en in aanzienlijke mate, dan kan sprake zijn van handelen „ultra vires“, dus buiten de overgedragen bevoegdheden.

Naar Di Fabio’s inschatting zou een dergelijke rechtshandeling in Duitsland geen gelding kunnen opeisen. Het Bundesverfassungsgericht zou de verordening derhalve naar aanleiding van een constitutionele klacht van iedere kiesgerechtigde buiten toepassing kunnen verklaren.

De Bundesnotarkammer wijst in haar mededeling eveneens op mogelijke aansprakelijkheidsrisico’s. Bij een gerechtelijk wegvallen van de verordening zouden oprichters, investeerders en betrokken medewerkers persoonlijk met hun gehele privévermogen aansprakelijk kunnen zijn, omdat de bescherming van de als met een GmbH vergelijkbaar vormgegeven EU Inc. zou vervallen.

## Verdere kritiekpunten op het verordeningsvoorstel

### Inschattingen over regelgevingsdoel en vervolgkosten

Reeds op 18 juni 2026 kwamen een Duitse hoogleraar vennootschapsrecht en een medeauteur van een Duitse universiteit in een in opdracht van de Bundesnotarkammer opgesteld advies tot de conclusie dat het ontwerp zijn regelgevingsdoel mist en fundamenteel moet worden herzien. Zij vatten hun beoordeling samen in 18 stellingen.

Volgens deze inschatting zou de EU Inc. de fragmentatie van het Europese vennootschapsrecht niet wegnemen. Integendeel, zij zou de versnippering kunnen verdiepen door minstens 27 aanvullende nationale varianten.

Een korte expertise van DIW Econ komt bovendien tot de conclusie dat de invoering van de EU Inc. aanzienlijke meerkosten voor ondernemingen, het rechtsverkeer en de staatsbegroting zou kunnen veroorzaken. Het ontwerp hanteert volgens die expertise een te eng kostenbegrip.

### Insolventierechtelijke regelingen en kritiek van verenigingen

Hoofdstuk 10 van het verordeningsontwerp bevat regelingen over insolventierechtelijke afwikkelingsprocedures. Meerdere verenigingen riepen de Duitse federale regering op 19 juni 2026 op dit hoofdstuk in de Raad af te wijzen.

In de consultatieprocedure over het voorstel zijn volgens de beschikbare gegevens 113 position papers en 879 antwoorden op de oproep tot het indienen van standpunten binnengekomen. Dit laat zien dat het ontwerp in het bedrijfsleven, bij verenigingen en bij instellingen aanzienlijke aandacht heeft gekregen.

Tot de wezenlijke geschilpunten behoren met name:

- de keuze van de bevoegdheidsgrondslag,
- de vormgeving van oprichting en registratie,
- vragen over witwaspreventie en identiteitscontrole,
- de omvang van de aansprakelijkheidsbescherming bij een latere gerechtelijke vernietiging,
- de werknemersmedezeggenschap,
- insolventierechtelijke afwikkelingsregelingen,
- mogelijke vervolgkosten voor ondernemingen, bestuur en rechtsverkeer.

## Beslissende beraadslagingen in de Raad

### Stemming in het Comité van permanente vertegenwoordigers

Volgens het persbericht van de Bundesnotarkammer was voor vrijdag 23 oktober 2026 de beslissende stemming in het Comité van permanente vertegenwoordigers (AStV/Coreper) ter vaststelling van een Raadsstandpunt gepland. Momenteel beraadslagen het Europees Parlement en de Raad over het ontwerp. Volgens de inschatting van de DIHK moeten de onderhandelingen over de EU Inc. tegen eind 2026 worden afgerond.

BNotK-voorzitter Dr. Markus Sikora ondersteunt de eis van Di Fabio om het ontwerp op een draagkrachtige bevoegdheidsgrondslag te plaatsen. Hij wijst erop dat oprichters en investeerders weliswaar snelheid nodig hebben, maar tegelijk ook een betrouwbare vennootschapsvorm. Op de tot nu toe gekozen grondslag brengt de EU Inc. volgens hem een nauwelijks te overzien aansprakelijkheidsrisico met zich mee.

Sikora waarschuwt bovendien dat geen enkele investeerder miljoenen zal steken in een vennootschap waarvan een rechter het bestaan met terugwerkende kracht kan wegnemen. Wie een Europees succesmodel wil creëren, moet dit op een draagkrachtig fundament plaatsen.

### Discussie over afzwakking van het Commissievoorstel

Volgens verdere berichten willen lidstaten het Commissievoorstel afzwakken. Daartegen verzetten oprichters zich in een brandbrief. Het debat laat zien dat de discussie zich niet uitsluitend beperkt tot de bevoegdheidsvraag, maar ook de praktische vormgeving van de geplande rechtsvorm betreft.

Of de naar voren gebrachte bezwaren in de verdere wetgevingsprocedure tot wijzigingen zullen leiden, blijft open. Zeker is momenteel alleen dat het ontwerp op meerdere centrale punten controversieel wordt beoordeeld.

## Betekenis voor ondernemingen en investeerders

Voor ondernemingen, investeerders en oprichters raakt de discussie over de EU Inc. aan fundamentele vragen van het Europese vennootschapsrecht, de bevoegdheidsverdeling in de Europese Unie en de betrouwbaarheid van toekomstige rechtsvormen. Bijzonder belangrijk is dat de kritiek niet alleen de doelmatigheid van afzonderlijke regelingen betreft, maar de grondslag van het gehele verordeningsvoorstel.

Indien de EU Inc. wordt ingevoerd en later door een rechter met terugwerkende kracht wordt vernietigd of in Duitsland buiten toepassing wordt verklaard, kunnen volgens de inschatting van Di Fabio aanzienlijke onzekerheden ontstaan. Dit betreft met name de vraag of een beoogde aansprakelijkheidsbescherming stand zou houden en hoe reeds opgerichte vennootschappen zouden moeten worden gekwalificeerd.

MTR Legal Rechtsanwälte begeleidt ondernemingen, investeerders en vermogende particulieren bij vragen die verband houden met Europees en nationaal economisch bestuursrecht en met publiekrechtelijke randvoorwaarden voor ondernemingsactiviteiten. Bij juridische vragen over de bevoegdheidsverdeling in de Europese Unie, wetgevingsinitiatieven en hun gevolgen voor ondernemingen kan individuele [juridische advisering in het vennootschapsrecht](https://www.mtrlegal.com/rechtsberatung/gesellschaftsrecht/) door MTR Legal zinvol zijn.
